Posts tonen met het label politiek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label politiek. Alle posts tonen
vrijdag 31 mei 2013
Het is 2013.
Het is 2013. Door bureaucratie en zelfverrijking staat de welvaartsmaatschappij onder grote druk.
Het is 2013. Al jarenlang falen overheid en politiek om tot een oplossing te komen. De overheid stoot almaar meer taken af en verliest zo steeds verder de regie.
Het is 2013. De markt faalt. Ook hier bureaucratie en zelfverrijking.
Het is 2013. De economie hapert, het is crisis.
Het is 2013. Het vertrouwen in God en ideologiën was de Nederlander al jaren kwijt, het vertrouwen in markt, economie, politiek en overheid is nu ook verdwenen.
Het is 2013. King Billy on tour, met zijn eigenste polder-Evita.
Het is 2013. De werkelijke staat treedt terug. Een simulatie van de staat wordt gepersonificeerd door Billy. Billy steelt de show.
Het is 2013. Een vrouw met een tekstbord, een man met een tekstbord. Zij plaatsen terecht vraagtekens bij het feodale instituut monarchie.
Het is 2013. De vrouw en de man worden gearresteerd. Zij verstoren het feestje, de hoop op herstel.
Het is 2013. Nederland, het gidsland met het opgeheven vingertje, glijdt af. Een eigen mening hebben mag, een mening uiten alleen als het de juiste is.
Het is 2013. Het vertrouwen dat Nederland stelt in zijn nieuwe koning neemt welhaast totalitaire vormen aan.
Het is 2013. Tijd voor iets nieuws: Weg met die monarchie !
zondag 13 januari 2013
"Nederland is kennelijk nog niet toe aan deze moderne manier van museummanagement"
Deze uitspraak van Stanley Bremer, de directeur van het Wereldmuseum in Rotterdam die de collectie Afrika van dat museum wil veilen, maakt meteen duidelijk dat de man het niet begrepen heeft en duidelijk niet op de goede plaats zit. Tussen de begrippen 'museum' en 'modern management' ligt namelijk een wereld van verschil.
Een museum is per definitie conservatief, het is er voor het conserveren van objecten met een culturele, kunstzinnige of historische waarde. Een museum is in eerste instantie een depôt, een archief, een bewaarplek.
Daarnaast is een museum ook nog een studie- en een toonzaal. Het is geen winkel, geen bedrijf, geen pretpark.
Management is een term uit de kapitalistische bedrijfscultuur, het betekend letterlijk 'leiding', 'beheer', 'bestuur'. Maar in de praktijk draait het om winst maken door efficiënte bedrijfsvoering.
'Modern management' is alleen nu modern, over tien jaar zal het gedateerd zijn, het is dus een tijdgebonden begrip en daarom mode- en trendgevoelig.
Musea danken hun bestaan aan bewaren en verzamelen, zonder collectie geen museum - hoogstens een Kunsthal, een expositieruimte. In musea worden de objecten bewaard die voor ons collectief van waarde zijn, objecten die met reden de tand des tijds hebben overleefd. Dat onderscheidt musea ook van veilinghuizen, galeries of de kunsthandel die zich in meer of mindere mate bewegen op de golven van de zee van vraag en aanbod. Wat is er nieuw, wat is in de mode, wat is er nu te koop ?
Een museum is geen bedrijf, de collectie geen "...stille reserve die in tijden van financiële leemte kan worden aangeboord..." (NRC 12-01-2013) Met een museum maak je geen winst, het is een collectieve schatkamer die de maatschappij dus ook geld kost.
Ik vind het ongehoord, arrogant en uitermate ongepast dat zo'n Bremer even in z'n eentje meent te kunnen beslissen een collectie van de hand te kunnen doen die in meer dan honderd jaar zorgvuldig is opgebouwd, alleen omdat de Gemeente Rotterdam hem noodt tot bezuinigingen.
Bremer is helaas niet de enige, grote delen van de museumgemeenschap zijn ten prooi aan het 'businessmodel'. Kijk naar de megalomane nieuwe gebouwen die overal worden neergezet. Is het geen nieuw gebouw zoals bij het SMA, dan wel een grootse verbouwing als bij het Rijksmuseum.
In de strijd om meer publiek en meer inkomsten zijn veel musea lange periode gesloten wegens verbouwing en daarom helemaal niet voor publiek beschikbaar.
Gaan ze dan weer open dan bekruipt me het gevoel dat men de taken van de musea aan het verleggen is.
Van conserveren, bestuderen en toegangkelijk maken van de collectie komt niet veel meer terecht.
Nee men meent de concurrentie aan te moeten gaan met pretparken en andere vormen van entertainmentindustrie. Tonen van originele objecten volstaat blijkbaar niet meer. Nee, er moet een pretparkachtige belevingservaring bij worden geleverd, interactief en met veel techniek. De publiekstrekker van nu is 'koning Toet' : alles nep en replica's maar “…een ode aan een levensechte Indiana Jones, en aan de verbluffende Egyptische ambachtslui van vroeger en nu…” (Het Nieuwsblad, 2011)
Moeten we dan tegen steeds hoger wordende kosten alles maar coûte que coûte blijven bewaren ?
Dat zou mooi zijn, maar wellicht onpraktisch, onwenselijk of financieel onhaalbaar. Maar voor Bremer heb ik nog wel wat suggesties:
Er zijn vele etnografische musea, net als dat er vele kunstmusea zijn. In plaats van een collectie 'van alles wat' zoals je die vaak aantreft, zou men onderling objecten kunnen uitwisselen om tot meer coherente collecties te komen waarmee het museum zich ook beter kan profileren en een nog grotere expertise in een bepaald onderzoeksgebied verkrijgen. Gerichte voorwaardelijke schenkingen richting landen van herkomst is een tweede optie. Veel etnografische objecten zijn ooit blootweg geroofd, teruggave ligt voor de hand.
Dure objecten weggeven? Ik hoor het de managers al denken: daar gaat m'n winst. Maar besef wel: nu kost het bezit van de objecten geld (gebouw, beveiliging etc.), dàt geld spaar je in ieder geval uit.
Voorwaarde is daarbij dat de objecten in het publieke domein blijven, toegankelijk voor velen en niet in de kelder van een rijke verzamelaar verdwijnen alleen omdat het veel geld opleverd.
Een museum is per definitie conservatief, het is er voor het conserveren van objecten met een culturele, kunstzinnige of historische waarde. Een museum is in eerste instantie een depôt, een archief, een bewaarplek.
Daarnaast is een museum ook nog een studie- en een toonzaal. Het is geen winkel, geen bedrijf, geen pretpark.
Management is een term uit de kapitalistische bedrijfscultuur, het betekend letterlijk 'leiding', 'beheer', 'bestuur'. Maar in de praktijk draait het om winst maken door efficiënte bedrijfsvoering.
'Modern management' is alleen nu modern, over tien jaar zal het gedateerd zijn, het is dus een tijdgebonden begrip en daarom mode- en trendgevoelig.
Musea danken hun bestaan aan bewaren en verzamelen, zonder collectie geen museum - hoogstens een Kunsthal, een expositieruimte. In musea worden de objecten bewaard die voor ons collectief van waarde zijn, objecten die met reden de tand des tijds hebben overleefd. Dat onderscheidt musea ook van veilinghuizen, galeries of de kunsthandel die zich in meer of mindere mate bewegen op de golven van de zee van vraag en aanbod. Wat is er nieuw, wat is in de mode, wat is er nu te koop ?
Een museum is geen bedrijf, de collectie geen "...stille reserve die in tijden van financiële leemte kan worden aangeboord..." (NRC 12-01-2013) Met een museum maak je geen winst, het is een collectieve schatkamer die de maatschappij dus ook geld kost.
Ik vind het ongehoord, arrogant en uitermate ongepast dat zo'n Bremer even in z'n eentje meent te kunnen beslissen een collectie van de hand te kunnen doen die in meer dan honderd jaar zorgvuldig is opgebouwd, alleen omdat de Gemeente Rotterdam hem noodt tot bezuinigingen.
Bremer is helaas niet de enige, grote delen van de museumgemeenschap zijn ten prooi aan het 'businessmodel'. Kijk naar de megalomane nieuwe gebouwen die overal worden neergezet. Is het geen nieuw gebouw zoals bij het SMA, dan wel een grootse verbouwing als bij het Rijksmuseum.
In de strijd om meer publiek en meer inkomsten zijn veel musea lange periode gesloten wegens verbouwing en daarom helemaal niet voor publiek beschikbaar.
Gaan ze dan weer open dan bekruipt me het gevoel dat men de taken van de musea aan het verleggen is.
Van conserveren, bestuderen en toegangkelijk maken van de collectie komt niet veel meer terecht.
Nee men meent de concurrentie aan te moeten gaan met pretparken en andere vormen van entertainmentindustrie. Tonen van originele objecten volstaat blijkbaar niet meer. Nee, er moet een pretparkachtige belevingservaring bij worden geleverd, interactief en met veel techniek. De publiekstrekker van nu is 'koning Toet' : alles nep en replica's maar “…een ode aan een levensechte Indiana Jones, en aan de verbluffende Egyptische ambachtslui van vroeger en nu…” (Het Nieuwsblad, 2011)
Moeten we dan tegen steeds hoger wordende kosten alles maar coûte que coûte blijven bewaren ?
Dat zou mooi zijn, maar wellicht onpraktisch, onwenselijk of financieel onhaalbaar. Maar voor Bremer heb ik nog wel wat suggesties:
Er zijn vele etnografische musea, net als dat er vele kunstmusea zijn. In plaats van een collectie 'van alles wat' zoals je die vaak aantreft, zou men onderling objecten kunnen uitwisselen om tot meer coherente collecties te komen waarmee het museum zich ook beter kan profileren en een nog grotere expertise in een bepaald onderzoeksgebied verkrijgen. Gerichte voorwaardelijke schenkingen richting landen van herkomst is een tweede optie. Veel etnografische objecten zijn ooit blootweg geroofd, teruggave ligt voor de hand.
Dure objecten weggeven? Ik hoor het de managers al denken: daar gaat m'n winst. Maar besef wel: nu kost het bezit van de objecten geld (gebouw, beveiliging etc.), dàt geld spaar je in ieder geval uit.
Voorwaarde is daarbij dat de objecten in het publieke domein blijven, toegankelijk voor velen en niet in de kelder van een rijke verzamelaar verdwijnen alleen omdat het veel geld opleverd.
dinsdag 31 juli 2012
Posters
De eerste posters voor de komende verkiezingen verschijnen langzaam maar zeker op de daarvoor opgestelde borden.
Vanmorgen kwaam ik die van de PvdA tegen en dacht "die hebben de laatste jaren niks opgestoken".
Nou ben ik ook niet zo van de verandering, maar zo'n foto van zo'n man met een suffe slagzin ? Die formule loopt al minstens sinds Den Uyl en boer Koekoek.
Bovendien moest ik bij deze poster meteen aan de geflopte Wouter Bos
denken. Ook zo'n veelbelovende 'jonge' kracht in de partij, tikje
intellectueel, maar o zo gewoon. Type ideale schoonzoon. Daar kom je
toch niet meer mee weg anno 2012 ?
Tja het kan altijd nog erger, de kandidaat kan er ook uitzien een onbetrouwbare verkoper van tweedehands auto's of droomreizen naar (nog net niet helemaal afgebouwde) resorts.
De PvdD prijst zich aan met "meer natuur". Dat maken ze natuurlijk nooit waar, er zal alleen plaats voor meer natuur komen wanneer de hoeveelheid mensen zal afnemen of wanneer we beperkt worden in onze bewegingsvrijheid. De voorzichtige schatting is dat er toch almaar meer mensen bijkomen en 'mobiliteit' is één van de kernwoorden in de liturgie van de heilige koe. De natuur heeft dus bij voorbaat het nakijken vrees ik. Tenzij de gecultiveerde natuur wordt nagestreefd - de geforceerde 'natuur' - waarbij de natuurlijkheid van een verdronken polder wordt gesteld boven die van een akker of weiland, maar het blijft gecultiveerd landschap. Het verschil zit in wie er een boterham mee verdient: de boer of de parkwacht, de houtvester of de educatief medewerker.
Een snelle zoekopdracht op internet levert overigens weinig moois of origineels op. Na de kunstzinnige SDAP posters van vóór de tweede wereldoorlog lijkt er niets moois meer gemaakt (er is zo snel in ieder geval niks te vinden). Op deze 'klassieker' na dan:
( ook voor meer natuur ;-)
Vanmorgen kwaam ik die van de PvdA tegen en dacht "die hebben de laatste jaren niks opgestoken".Nou ben ik ook niet zo van de verandering, maar zo'n foto van zo'n man met een suffe slagzin ? Die formule loopt al minstens sinds Den Uyl en boer Koekoek.
Bovendien moest ik bij deze poster meteen aan de geflopte Wouter Bos
denken. Ook zo'n veelbelovende 'jonge' kracht in de partij, tikje
intellectueel, maar o zo gewoon. Type ideale schoonzoon. Daar kom je
toch niet meer mee weg anno 2012 ?Tja het kan altijd nog erger, de kandidaat kan er ook uitzien een onbetrouwbare verkoper van tweedehands auto's of droomreizen naar (nog net niet helemaal afgebouwde) resorts.
De PvdD prijst zich aan met "meer natuur". Dat maken ze natuurlijk nooit waar, er zal alleen plaats voor meer natuur komen wanneer de hoeveelheid mensen zal afnemen of wanneer we beperkt worden in onze bewegingsvrijheid. De voorzichtige schatting is dat er toch almaar meer mensen bijkomen en 'mobiliteit' is één van de kernwoorden in de liturgie van de heilige koe. De natuur heeft dus bij voorbaat het nakijken vrees ik. Tenzij de gecultiveerde natuur wordt nagestreefd - de geforceerde 'natuur' - waarbij de natuurlijkheid van een verdronken polder wordt gesteld boven die van een akker of weiland, maar het blijft gecultiveerd landschap. Het verschil zit in wie er een boterham mee verdient: de boer of de parkwacht, de houtvester of de educatief medewerker.
Een snelle zoekopdracht op internet levert overigens weinig moois of origineels op. Na de kunstzinnige SDAP posters van vóór de tweede wereldoorlog lijkt er niets moois meer gemaakt (er is zo snel in ieder geval niks te vinden). Op deze 'klassieker' na dan:
( ook voor meer natuur ;-)
Abonneren op:
Posts (Atom)



